De Wayfarer is een ongelooflijk veelzijdige jol die gebruiken kan worden op veel verschillende manieren door een breed publiek, van wedstrijden op top niveau tot zeillessen voor beginners (inclusief kapsijs oefeningen), voor lange zee reizen tot ontspannen namiddag tochtjes. Er is vermoedelijk geen enkele andere jol ter wereld die zo succesvol is gebruikt voor zulke uiteenlopende doeleinden.

Deze verschillende toepassingen maken gebruik van de zelfde rompvorm, zeilplan, roer en midzwaard. Dit, en het gewicht van de romp, de dek lay-out en veel andere kenmerken zijn vastgelegd door specificaties en klasseregels die het strikte eenheidsontwerp moeten handhaven, zodat alle Wayfarers als gelijkwaardige boten onderling wedstrijden kunnen houden. Oudere boten doen het daarom net zo goed als nieuwe in wedstrijden en dat zorgt weer voor een hoge waarde van de boot op de tweedehandse markt.

Gedurende de zesenveertig jaar sinds Ian Proctor de eerste Wayfarer heeft ontworpen, hebben er natuurlijk veel ontwikkelingen en verbeteringen plaatsgevonden in materialen en productie technieken. De verschillende taken waarvoor de jol wordt ingezet hebben natuurlijk ook hun invloed gehad, en er zijn gespecialiseerde versies ontstaan. Wayfarers worden door vrijwel elke zeilschool en opleidingsinstituut in Engeland gebruikt; er wordt hard en efficiënt wedstrijden mee gevaren in een Internationale competitie; ze leggen grote afstanden af op open water; ze worden ingezet voor zeil vakanties in het buitenland en voor dagtochtjes thuis. Deze factoren hebben geleid tot verschillende versies die alleen verschillen in inrichting en constructie details, maar ook met kleine verschillen in eigenschappen die de verschillende categorieën van zeilers aanspreken.

De verschillende versies zijn: