De basis voor een goede start en het eerste rak

Hoe groter de vloot hoe belangrijker het is om een goede te start te maken en het eerste rak zo goed mogelijk af te leggen. Om dat voor elkaar te krijgen moet een zeiler niet alleen een goede techniek hebben maar ook strategisch en tactisch inzicht.

Een goede techniek is belangrijk, niet alleen om de boot snel door het water te laten gaan maar het helpt ook als een zeiler onder druk staat van de andere boten. Het betekend dat de boot altijd nauwkeurig en accuraat bestuurd wordt, bijna zonder bewuste inspanning. De zeiler hoeft zich dan niet alleen te concentreren op de juiste koers maar kan ook aandacht besteden aan de andere boten.

In eenvoudige termen kan de strategie om de goede kant op te gaan worden gedefinieerd als; gebruik maken van de omgeving om zo snel mogelijk naar de bovenwindse boei te komen. Daarvoor is lange termijn planning belangrijk. Planning gebaseerd op ervaring en uit de lessen die geleerd worden onmiddellijk voor de start tijdens het voorbereiden op de wedstrijd.

Aan de andere kant vertrouwd de tactiek die nodig is om met de andere boten om te gaan op kennis van de regels, het vermogen om snel te kunnen denken en om snel beslissingen te kunnen nemen. Met andere woorden, het accent ligt meer op de korte termijn. De verhouding tussen de drie aspecten varieert voortdurend tijdens de eerste slag afhankelijk van wat prioriteit heeft op een bepaald moment. In feite is het mogelijk de eerste slag in drie hoofdzaken te verdelen:

De Start

  1. Voor het waarschuwingssignaal plannen we de strategie door de kijken wat de wind doet en we letten op eventuele stroming. Door een stuk over elke boeg te zeilen proberen we het voortdurend veranderde patroon van de wind te ontdekken als ze niet constant is. Meestal oscilleert de wind om een gemiddelde richting en sterkte ofschoon er ook een grotere afwijking naar een kant kan zijn die bekend staat als afbuiging. Door het aftellen van de schiftingen kunnen we het patroon van de veranderingen ontdekken. Ook kunnen we zo bepalen aan welke kant van de startlijn we het beste kunnen starten.
  2. Stel de startklok in op het waarschuwingssignaal en bepaal aan welke kant er gestart gaat worden.
  3. Concentreer volledig op de start na het voorbereidingssignaal. Controleer nog een keer of er geen wier aan de boot hangt.
  4. Ben in positie als het één minuut signaal klinkt en verdedig die positie krachtig maar maar blijf op het start signaal letten.
  5. Versnel de boot in de laatste seconden voor de start tot maximum snelheid en start.
  6. Gedurende de eerste minuut na de start telt alleen snelheid, en niets anders. Dus, hou de boot rechtop en op snelheid en let op golven die boot zouden kunnen stoppen.

Het eerste kwart van het eerste rak

  1. Ga met variërende wind condities zo snel mogelijk in dat ritme zeilen ZELFS als er achter een andere boot om gegaan moet worden om aan de goede kant te komen.
  2. Als de wind niet varieert dan is bootsnelheid het meest belangrijk, het doet er niet toe waar de boot zich bevind op de baan.
  3. Als we een permanente wind buiging ontdekken kies dan de hoogste koers, zelfs als dat betekent dat er achter andere boten om gevaren moet worden. Ga dan kort VOOR de uiterste koers overstag, de afbuigende wind zal ons dan toch naar de boei leiden.

Laatste driekwart van het eerste rak

  1. Ga altijd overstag VOOR een groepje boten
  2. Zeil NIET weg van de vloot
  3. Denk goed na als je over een andere boeg vaart als de meeste andere boten maar bedenk ook dat de leiders van een groep minder last hebben van 'vuile wind'.
  4. Ga NIET te vroeg op bakboord koers naar de boei. De lange parade naar de boei kan frustrerend en traag zijn.
  5. MAAR bezeil de boei alleen over stuurboord als leider van een groep of als een bakboord groep duidelijk verzet is.
  6. Nader de boei ten minste op een giek afstand naar loef, zeker als er veel golven lopen.

Michael McNamara Januari 2002