Zeiltocht over het IJsselmeer (augustus 2017) Evert Beket

Begin dit jaar kwam Elise in Almere te wonen op ongeveer 1,5 km van Marina Muiderzand. We kenden deze haven van een aantal U4 regatta’s die Elise en Ewout daar hebben gevaren. Ook hebben we een paar jaar geleden enkele dagen gebruikt gemaakt van deze haven. Helemaal aan het eind van het terrein is het jollenveld waar kleinere boten op hun trailers kunnen staan en via het strandje in het water kunnen. De ligging is erg gunstig, precies om de overgang van het IJmeer en het Gooimeer. Bovendien zijn er een aantal watersportbedrijven gevestigd, ook voor kleinere boten.

Elise woont vlak bij een station en omdat het voor mij makkelijker is om naar Almere te gaan dan voor haar naar Terneuzen, besloten we de Doei Doei daar te leggen. Bovendien kan zij dan ook nog varen op dagen of avonden dat het mij niet uitkomt.

Al snel kwam bij ons het idee om een toertocht te maken langs zo veel mogelijk oude Zuiderzee havensteden. In het verleden hebben we samen of apart aan een aantal Wayfarer toertochten deel genomen, bijv. in Friesland, op de Grevelingen maar ook in Zweden en Elise zelfs in Canada. Dit waren tochten waarbij je dagelijks vanuit een vast punt tochten ging maken. Op een camping had je je tent staan en daar keerde je dagelijks weer terug, je had dus weinig spullen aan boord mee te nemen tijdens de tochten. In Friesland voer een hotelschip mee waar je op sliep en waar al je bagage was. Wat we nu gingen doen was anders. We zouden niet met een groep gaan, maar solo. Verder moest alles wat we nodig hadden dagelijks mee genomen worden. Hierbij moet gedacht worden aan een volledige bootuitrusting inclusief een brandstoftankje voor de outboard motor en anker, kleding, tent, slaapzakken en matrassen, Campinggaz en kookgerei, electronica, etc. Ook een belangrijk gegeven is dat de Doei Doei een racer is en geen toerboot, dit betekent dat er eigenlijk geen ingebouwde mogelijkheden zijn om bagage mee te nemen.

In verschillende Wayfarer handboeken zocht ik na wat daar werd geadviseerd om mee te nemen op een tocht. Ook zijn enkele ervaren Britse toerzeilers om advies gevraagd. De Yamaha outboard hing al een paar jaar in de garage en was nog nooit gebruikt. Bij testen in een groene afvalcontainer wou deze niet starten, dus naar een dealer gebracht voor een servicebeurt. Een watervaste waterkaart van het IJsselmeer werd aangeschaft. Gelukkig konden we een Hartley bagagebox lenen. We bedachten een creatieve oplossingen om een watertight zakken en grote peddels in de boot te bevestigen aan de mastvoet en de bevestigingspunten van de hangbanden. Verder zou ook voor het eerst onze Yamaha motor meegaan. Het benzinevat werd met een elastische band bevestigd worden aan de naast de zwaardkast. Voorwerpen in het vooronder (stootwillen en peddels) zouden met lijnen via de spinakerchute worden geborgd aan een oog op het voordek. De spinaker zou niet meegenomen worden, hierdoor kon deze val zo gebruikt worden als kraanlijn. Bovendien zou ook standaard het eerste rif klaar zijn voor als er snel zeil gereduceerd moest worden. Toerzeilen is totaal anders dan wedstrijdzeilen. Het is defensief zeilen, omslaan is gaan optie. En als je solo zeilt, is er ook niet altijd geen hulp van anderen bij de hand als er wat gebeurt.

Aanvankelijk zouden we op dinsdag 2 augustus vertrekken, maar de voorbereiding ter plaatse en de preparatie van de boot nam meer tijd dan verwacht. Ook moesten we nog oefenen met de motor. Bij de testvaart deed het motortje het prima. (Tijdens de tocht kregen we in een sluis van de boot naast ons de opmerking dat hij het heel goed deed, bij de eerste keer aantrekken startte hij al meteen.) De kleppen in de spiegel werden afgeplakt. De (te) grote stootwillen werden in het vooronder opgeborgen. (Omdat de Mk IV een kwetsbaardere rand heeft dan de eerdere typen zijn er grotere willen nodig.) Op woensdag 9 augustus konden wij vertrekken.

Jollenstrandje

Woensdag 2 augustus

Nadat de boot geheel geprepareerd was vertrokken we van het strandje van Marina Muiderzand. De wind woei uit zuidelijke richting, dat was erg gunstig. De temperatuur was heerlijk. Het eerste doel was Marken. We voeren rond de punt van de jachthaven en kwamen op het IJmeer. In de verte zagen we Marken liggen. Al meteen bleek het water zit vol met waterplanten, wat erg vervelend is. Boten lopen hierop vast. De vaarroutes worden regelmatig gemaaid maar daar tussen niet. Hier wordt -had ik gelezen- erg veel over geklaagd. Met een Wayfarer valt de last wel mee. Je wordt wel geremd maar door het zwaard even op te halen raak je planten even weer kwijt. Sommige plekken hebben heel veel groei en dat merk je meteen aan het zwaard dat dan omhoog komt. Op andere plekken is het minder. Het witte vuurtorentje op de punt van Marken was goed zichtbaar en er kon op zicht naar toe gevaren worden. We besloten om daar aan te leggen voor de lunch. Nadat we om de punt waren gevaren zagen we een klein strandje. Hier voeren we heen en legden de boot tegen het strand aan. De sleeplijn/landvast werd vast gemaakt aan een bankje dat op het strand staat. Nadat de spullen voor de lunch naar het strand waren gebracht, ging Elise koffie zetten. Helaas werd de vlam door de wind uitgeblazen. Vlak bij stonden twee mannen te praten en een van hen kwam aan met een emmer die we mochten houden. Door de brander in de emmer te zetten, kon er koffie worden gemaakt.

Omdat het later was geworden dan gepland, besloten we om niet naar de Gouwzee te varen maar rechtstreeks door naar Hoorn. Op zicht voeren wij ruim van Noord-Hollandse kust naar Hoorn. Toen we nog ongeveer 2 kilometer van de haveningang verwijderd waren, begon het weer te veranderen. Er kwam een donkere bewolking en de wind begon steeds meer aan te trekken. Er moest op eens nog hard gewerkt worden in de boot en we werden nat van het buiswater en de regen.

Aanlopen van de haveningang Hoorn

Na het binnen varen van de haveningang gingen we naar bakboord, naar de Stichting haven. Hier namen we zeilen in en voeren naar de wachtsteiger op motor. We kregen een box aangewezen in de buurt van de loods. Het aanleggen in een box bestemd voor een jacht is niet handig, vooral niet als er geen loopplanken zijn tussen de boxen. Vanaf de spiegel moeten er lijnen naar de beide palen worden gelegd, die verder uit elkaar staan dan de boot breed is. Voorts moet er landvasten naar de stijger worden gebracht. Dan volgt er een proces van afstellen van de lijnen. De boeg moet op korte afstand van de stijger te komen om op de stijger te kunnen komen. Alle spullen die je op de wal nodig hebt moeten over het dek worden aangereikt. En ondertussen woei en regende het behoorlijk hard. Gelukkig was er vlak bij naast de loods een grasveld waar de tent opgezet kon worden. Omdat er reeds een tentje stond, was het niet mogelijk onze tent volledig in de luwte van een haag op te zetten. Ruim een uur na onze aankomst bracht de reddingsboot een jachtje binnen dat in moeilijkheden was gekomen. Het voorstag was gebroken, de mast verbogen en het zeil gescheurd. Wat waren wij blij dat we toch nog tijdig binnen waren gekomen. Na het opzetten van de tent en alle spullen als matras en luchtbed, slaapzakken, kleding, enz. in de tent opbergen, hebben we ons verkleed en zijn de stad ingegaan om te eten in de Waag op de Rode Steen.

 

Donderdag en vrijdag 3 en 4 augustus

haveningang stadshavens

 

De hele nacht heeft het geregend en gewaaid. Toen ik de volgende ochtend uit de tent kwam had ik net iets gemist. Elise had wat uit de boot willen halen. Toen ze op het dek stapte bleek die erg glad te zijn waardoor zij zo het water in gleed. Hoe ze er uit is gekomen weet ik niet, wel zag ik dat de havenmeester in de boot bezig was om iets voor haar te pakken. Naast de loods stond een bank met tafel en samen met onze invouwbare stoeltjes hadden we zo een gezellig zitje. Hier ontbeten wij, maar helaas zonder thee en koffie. Blijkbaar was de vorige dag de gasfles niet goed dicht gedraaid en die was helemaal leeg. Het ontbijt en de lunch bestond steeds uit brood met pindakaas , en verder met een gekookt of gebakken eitje en thee en daarna koffie.

Elise had een tent gekocht die op een Wayfarer zou passen. Deze tent bleek te kort. Dit komt doordat een Mk IV ca. 10 cm langer is dan een Mk II. We konden deze tent tijdelijk bij iemand in de haven achter laten zodat we iets minder bagage aan boord hadden.

De weersvoorspelling voor ons als toerzeilers was niet goed. Er zou twee dagen te harde wind (F5) zijn waarop we besloten in Hoorn te blijven en daar te passagieren. Die tijd hebben we besteed om enkele noodzakelijke zaken aan te schaffen en fietsen te huren bij het station. Onderweg bij een bakker heerlijke koffie gedronken en een pot zelfgemaakte pindakaas gekocht. Het aanschaffen van een nieuw gasflesje bleek tot onze verwachting toch niet zo makkelijk te zijn. We werden van winkel naar winkel gestuurd. De ANWB verwees ons naar Perry en daar stonden bij een showopstelling nog twee gasflesjes. Die hebben we maar meteen meegenomen. In de middag weer terug naar de haven. Toen we koffie wouden zetten, bleek dat de flesjes een verkeerde aansluiting hadden. ’s Avonds heerlijk gegeten in het restaurant in de Hoofdtoren. Daarna naar het café aan de overkant om te kijken naar de halve finale van het vrouwenvoetbal. Dit café, bekend als Tante Marie, werd vroeger ook wel door de politierechter genoemd als het eindpunt van de bierpijpleiding naar West-Friesland.

 

Op vrijdag weer heerlijk ontbeten. Elise wou wat rust en ik ben naar Perry gegaan om de gasflesjes terug te geven. Waar we zeker zouden slagen, zei men, was bij een campingwinkel, ruim buiten het centrum. Elise is daar heen gefietst en kwam terug met twee goede flesjes. ’s Avonds bij de tent gekookt en gegeten en daarna naar de film. Ook nog tussendoor de fietsen weggebracht.

’s Middags hadden we besproken hoe we verder zouden gaan. Varen naar Medemblik en vandaar naar Friesland zat er niet meer zo in en daarom besloten we na Enkhuizen op zondag over te steken naar Urk. Maar dat was wel de dag van de finale van het vrouwen voetbal. Elise heeft toen de Gemeente Urk gebeld met de vraag of er op zondag ook cafés open zijn. Zij kreeg te horen dat er mogelijk één open zou zijn. Natuurlijk meteen naar dat café gebeld en men zei dat het helemaal niet zeker was dat de TV aan gezet zou worden. Hierop besloten we om zondag nog een dag in Enkhuizen te blijven.

Zaterdag 5 augustus

Na het ontbijt weer alles ingepakt en aan boord opgeborgen. Op motor de haven uit en toen op zeil verder. De wind was nog steeds uit zuidelijke richting, dus gunstig. We voeren langs de kust van West-Friesland richting Enkhuizen. Bij Wijdenes is een strandje waar we aanlegden om te lunchen. Het anker werd nu gebruikt om de boot tegen het strand vast te leggen.

In de sluis boven het naviduct

Na de lunch weer verder. Bij Enkhuizen moesten we de Houtribdijk passeren. Tegenwoordig is er voor de pleziervaart een combinatie van sluis en aquaduct (Naviduct). Dit was wel even spannend, een klein bootje tussen al die grotere jachten. Op motor de sluis ingevaren en even goed kijken naast welke boot we kwamen te liggen. Onze willen zijn zo opgeborgen dat ze niet snel te pakken zijn maar door te overleggen met de boot naast ons was dit geen enkel probleem. Kort na het verlaten van het Naviduct kwamen we bij de ingang van de Compagnie Jachthaven. Dit is een haven met bijna 1000 ligplaatsen. De borden volgend in een lange rij met jachten kwamen bij het huisje van de havenmeester. Zonder aan te leggen gaf hij iedereen een plattegrond waarop aangegeven stond waar je kon gaan aanleggen. Wij kregen gelukkig een plek langs een stijger. We vielen wel op. Een klein open bootje tussen alle jachten. Nadat de boot was aangelegd werd alles uitgeladen. Met behulp van een karretje werd alles naar de oever gebracht en toen gingen we zoeken naar een plekje om de tent op te zetten. We moesten wel goed opletten want het veld werd ook gebruikt als hondenuitlaatplaats. Uiteindelijk vonden we een geschikte plek in de buurt van de ingang. Nadat de tent was opgezet, zijn we de stad in gegaan en hebben daar gegeten. Nog wat in een ander café iets gedronken en tenslotte ook nog de avond tot sluit doorgebracht in het restaurant van de haven.

Zondag 6 augustus

’s Nachts bleek dat de plek bij de ingang niet echt rustig was, de hele nacht kwamen er auto’s aan en ging de slagboom open en dicht. In de ochtend heerlijk ontbeten. Elise zorgde weer voor het ontbijt met een gekookt eitje en koffie, het afwassen was voor de bemanning. We waren heel blij dat we opvouw stoeltje bij ons hadden. Daarna op het terras van het restaurant naar de passerende boten gekeken, wat gedronken en een boek gelezen. Ook de lunch daar gebruikt. In de middag ging Elise boodschappen doen in de stad en ik bleef op het terras heerlijk genieten van de zon. ’s Avonds weer bij de tent gekookt en gegeten en toen opnieuw naar het restaurant om naar de finale te kijken.

Maandag 7 augustus

Vandaag naar Urk. De dag begon weer met een prima ontbijt met koffie. Terwijl ik aan het afwassen was, begon Elise al met het inpakken en afbreken van de tent. Alles met een karretje naar de boot gebracht en aan boord gestouwd. Inmiddels waren we daar wel ervaren in geworden. Vanaf de wal in Enkhuizen is Urk te zien, maar als je in de boot zit niet. Toch was het niet nodig om op kompas te varen. In het begin voeren we evenwijdig aan de Houtribdijk naar Lelystad, maar die buigt op een gegeven moment af naar het zuiden. Vlak bij Urk staan drie rijen met ongeveer veertien windmolens in het water. Op de kaart was te zien dat wanneer we nu rechts van die molens aankoersten we recht op de haven zouden varen. Er was die dag meer wind dan op de eerdere zeildagen. Door deze wind ontstonden er behoorlijk hoge golven en de golfrichting was ook niet ideaal. We kregen redelijk wat water over ons heen en in de boot. De zelflozers deden het niet dus moest er ouderwets veel met de spons en hoosvat gewerkt worden. (Terug in Almere bleken de lozers verstopt te zijn door de eerder genoemde plantengroei en zand.)

In de Oosterhaven legden we aan tegenover de erfgoed werf. Vanaf de steiger liepen we zo naar het strand van Urk. Op de muur hebben we alle onze natte spullen gelegd om in de zon te drogen. Ondertussen hadden we weer onze stoeltjes en brander klaar gezet voor de lunch. Na de lunch alles aan boord gebracht, natte kleding op het dek gelegd en over de giek gehangen om in de zon verder te drogen. Zelf zijn we daarna Urk in gegaan. Na ongeveer 2 uur passagieren ofwel de toerist uit hangen, zijn we vertrokken. We voeren naar het Ketelmeer en onder de brug van de A 6, een brug waar we al vaak overheen hadden gereden naar en van Friesland. Het doel van die dag was Jachthaven Ketelhaven. Hier konden we ook langs een steiger aan te leggen.

Ons tentje hebben we opgezet aan de voet van de dijk. Omdat het maandag was ,hadden we de pech dat het restaurant gesloten was. Maar op die dag stond er wel een snackcar waar we iets warme soep besteld hebben. Elise werd door een meisje gevraagd om samen te zwemmen in de haven. De voorzieningen zijn er basaal maar wel erg schoon. Omdat het een koude avond was, hebben we onze stoelen gezet in de warme afwasruimte en daar zitten lezen. Bovendien konden we daar ook onze telefoons opladen. Het ontbijt konden weer nuttigen aan een bank-tafel combinatie naast de tent.

Dinsdag 8 augustus

De wind woei nu uit een totaal andere richting, een richting die voor ons op de randmeren uitermate gunstig was, nl vanuit het Noord-Oosten. De eerste kilometers moest nog kruisend worden afgelegd maar daarna zouden we langzaam meer en meer voor de wind komen te varen. Vanuit het Ketelmeer kom je op het Vossemeer en hier is niet veel ruimte om te varen. Al twee meter buiten de aangegeven vaargeul kan zelfs een Wayfarer vast komen te zitten. Het vaargeul is misschien 30 meter breed en moest in het begin kruisend worden bevaren. Omdat er veel motorkruisers, zeiljachten op motor en ook nog werkschepen ons van achteren opliepen of van voren benaderden, het was zaak om goed op te letten. Langs de oever met het oude land was een natuurreservaat met heel veel watervogels. Ondanks de smalle vaargeul een mooi gebied om te varen. Bij de Roggebotssluis kwamen we als laatste boot aan maar we mochten haast alle wachtende schepen passeren. Boten met een staande mast moesten als eerste de sluiskolk in omdat over een deel van de sluis een brug ligt. De brug gaat tijdens het spuien al dicht en dan kunnen daar geen boten met mast liggen. Op één van de motorboten klonk hiertegen protest. Na de sluis zeilden we verder over het Drontermeer. Na een half uurtje legden we aan op een soort strandje voor onze gebruikelijk lunch. En tijdens deze lunch viel de wind geheel weg. Na de lunch hebben we het hele traject over het Drontermeer en het Veluwemeer naar Harderwijk op motor gevaren, een afstand van zo’n 20 kilometer.

Ondertussen veranderde het weer. De bewolking nam toe, vooral zwarte wolken. Het begon licht te regenen. Deze regen was nog niet zo dat we echte zeilkleding nodig hadden, deze bleef nog opgeborgen. Bij Harderwijk moesten we de Knardijk passeren. Hier is tegenwoordig voor de pleziervaart ook een aquaduct aangelegd. Meteen achter dit aquaduct ligt de jachthaven waar we naar toe voeren. Terwijl ik de boot bij de wachtsteiger met de hand vast hield, ging Elise op zoek naar de havenmeester. En uitgerekend op dat moment brak er een ontzettende regenbui los. Het was voor ons niet mogelijk om snel de zeilkleding aan te doen. Tijdens dit wachten, het varen naar de box en het aanleggen, leeghalen van de boot en lopen naar het restaurant werden we door en door nat. In de hal van het restaurant hebben we onze natte kleding uitgedaan, daarna moest het personeel met mops de vloer weer redelijk droog maken. Na een heerlijke warme douche en tijdens de maaltijd besloten we de Doei Doei daar te laten en met trein en bus naar Almere terug te gaan. Uiteindelijk werd het een taxi. Voor de schappelijke prijs van € 90,- werden we in Almere met al onze natte spullen voor de deur afgezet.

De volgende dag was het weer mooi weer en de wind leek redelijk. Toen dachten we: hadden we dat taxigeld maar gebruikt om naar een hotel te gaan en dan vandaag weer verder varen.

 

Vrijdag 9 augustus

Elise en haar vriend hebben op deze dag de Doei Doei teruggevaren naar Almere. Met het openbaar vervoer zijn ze naar Harderwijk gereisd. Het varen naar Almere is geheel op motor gebeurd. De afstand naar Almere was toch nog zo’n 30 kilometer, meer dan ze verwacht. Hierdoor kwam het dat een deel van de tocht in het donker werd afgelegd. De boeien waren niet goed te zien en ze kwamen geregeld buiten de vaargeul waar ze weer last hadden van de onderwater-vegetatie.

Op alle jachthavens was het mogelijk om te kamperen. Kamperen op een jachthaven blijkt goedkoper te zijn dan op een camping, terwijl je wel over alle faciliteiten beschikt. Bij geen enkele haven die we hebben aangedaan, was er een tarief voor tenten. We betaalden alleen voor de bootlengte. Enkhuizen het duurst, ongeveer € 12,50 per nacht.

Afgelegde afstanden bij schatting in kilometers: dag 1 33 km, dag 2 21 km, dag 3 40 km, dag 4 37 km en dag 5 29 km.

Het was een fijne tocht. Het weer was mooi, de wind niet al te zwaar. Het is jammer dat we door het wachten in Enkhuizen op woensdag in Harderwijk in het slechte weer kwamen. Dit weer hadden we anders ook gehad maar dan tijdens de laatste etappe van onze tocht.

Voor ons is deze toertocht voor herhaling vatbaar.