Sorry, but there currently is no translation available in your language. Therefore, the content will be showed in the original language.

Deze tekst is vrij vertaald uit het Noors.

Originele Titel: Optimal montering av senkekjøl
Auteur: Kjell Gjære (W4878 MkII)

Een ”Senkekjøl” is het beweegbare profiel dat onder de boot uitsteekt. In het Noors noemen we dit gewoonlijk ”Senkekjøl”, maar ik zal hier het Deense “Sverd” gebruiken. In de nu volgende tekst wordt met “Sverd” het profiel bedoeld en met “kjøl” de balk aan de onderkant van de boot. Dit komt overeen met de referenties naar de Engelse termen in de klassenregels “Centreboard” en “Keel”.

In de Nederlandse tekst worden deze onderdelen met “Zwaard” en “Kielbalk” genoemd. Het voorafgaande heeft te maken met de overeenkomsten en subtiele verschillen tussen de verschillende Scandinavische talen. Vergelijk dit met Duits en Nederlands; (laufen – hard lopen, gehen – lopen of wandelen). In Scandinavië is deze uitleg noodzakelijk om verwarring uit te sluiten.

Om de nu volgende tekst te begrijpen is het van belang te weten dat de SWS (Scandinavische Wayfarer Associatie) een nylon bus beschikbaar heeft die iets breder is dan de zwaard dikte en een diameter heeft van ongeveer 22 mm. De bus heeft een gat waarin de kielbout precies past. In het zwaard wordt een groot gat gemaakt waarin deze bus wordt geschoven. De kielbout kan dan strak aangetrokken worden zonder het zwaard vast te klemmen.Het zwaard draait dus niet om de kielbout maar om de nylon bus.Een tekening van de nylon bus is hier te vinden.

Deze zomer had ik het zwaard er uit gehaald voor inspectie en om een SWS-bus te monteren. De klassenregels bepalen de zwaard diepte, vorm en plaatsing. De actuele plaats voor het kielbout gat of de bus is niet bepaald, dit en de grotere diameter van de zwaardbout bus geeft de mogelijkheid om de positie van het zwaard of de centrering voor de zwaardbout te veranderen. Daarom heb ik geen gebruik gemaakt van het oude kielbout gat voor het nieuwe, sterke bus gat.

De klassenregels bepalen de maximale diepte en maximale hoek van de voorkant van het zwaard ten opzichte van de kielbalk. Er is niets bepaald over de feitelijke diepte, nat oppervlak, de drift van de boot, plaatsing van het zwaard in de lengte richting, actuele zwaard hoek of de balans van de boot. De maximale diepte en hoek worden bepaald door de positie van de kielbout in, en stop klos op het zwaard. De zwaardvorm is bepaald door de officiële tekening en heeft een vaste afmeting met kleine toleranties. De positie van de kielbout in de romp wordt bepaald door de klassenregels:


14.3 Zwaardbout

  1. Achterkant via de achterkant van de zwaardsleuf, vandaar over de kielbalk tot aan
    de buitenkant van de spiegel. 8’7½” +/- ½” (2629 +/- 13 mm).
  2. Onderkant naar onderkant kiel. 3½” +/- ¼” (89 +/- 7 mm).

We zien dat deze maten een behoorlijke tolerantie hebben. Om de maximale zwaard diepte binnen een millimeter te bereiken is het dus noodzakelijk de positie van de kielbout nauwkeurig na te meten. Controleer met name regel 14.3(b) De maximale diepte kan niet ingesteld worden zonder rekening te houden met deze waarde.

De maximale hoek wordt bepaald door de positie van het kielbout gat in de zwaardkast en de positie van de stop klos. Zie de volgende klassenregels:


17.8 Hoek
Het moet onmogelijk zijn het zwaard verder te steken dan een hoek van 83 graden tussen de voorkant van het zwaard en het tangent van de onderkant van de kielbalk ter plaatse van de voorkant van het zwaard.

17.9 Diepte.
Als het zwaard volledig gestoken is mag het diepste punt niet minder dan 3’2” (965 mm) of niet meer dan 3’3.5/8” (1008 mm) onder de onderkant van de kielbalk uitsteken


Begin met het meten van de actuele afstand (kd) vanaf de onderkant van de kielbalk tot de onderkant van de zwaardbout. Nominaal, volgens regel 14.3(b) is kd=98mm. Controleer of dit overeenkomt met je boot. Bepaal de diameter van de kielbout, deze is gewoonlijk 8 of 10 mm (kb) In de volgende tekst gebruik ik de nominale waarden als voorbeeld (kb=8mm).

We tekenen kielbout lijn 1 op het zwaard. Het midden van het kielbout gat ligt op deze lijn voor een maximale diepte, volgens regel 17.9, van 1008 mm. We berekenen de afstand van de kielbout lijn1 tot het onderste punt als volgt: 1003 + kb + 0,5 kd = 1003 + 89 + 0,5 * 8 = 1096 mm (nominaal).

Ik gebruik 1003mm in plaats van de 1008mm volgens regel 17.9. De voorkant van het zwaard zit voor de kielbout en door de kromming van de kielbalk zal de maximale diepte iets meer zijn ter plaatse van de zwaardbout. De genoemde 1003 mm compenseert de 3mm verschil tussen de zwaardbout positie en de positie van de voorkant van het zwaard. We blijven zo nog 2 millimeter onder de maximale maat.

Als hulpmiddel bij het tekenen van kielbout lijn1 leggen we een papieren mal (pappmal) op het zwaard waarop de maximale hoek van 83° en een hoek van precies 90° is aangegeven. (Een driehoek met zijden 50, 50 en 66,262 cm heeft een hoek van 83°).

Over een lijn evenwijdig aan de achterkant van de mal, meten we 1096mm (nominaal) vanaf het onderste punt van het zwaard. Nu kan de kielbout lijn1 getrokken worden. (kjølboltlj 1 in de tekening).

Vervolgens tekenen een lijn parallel aan de voorkant van het zwaard op een afstand kb + 0,5 kd = 89 + 0,5 * 8 = 93 mm (Nominaal). Dit is kielbout lijn 2 (kjølboltlj 2 in de tekening). Het midden van het gat voor de zwaardbout bus kan nu worden geplaatst op kielbout lijn 1 tussen de voorkant van het zwaard en het kruispunt van kielbout lijn 1 en 2. (Blauwe gebied in de tekening). Als het gat precies op het kruispunt wordt geplaatst is de boot maximaal loefgierig. Ook volgt de voorkant van het ingeklapte zwaard precies de onderkant van de kielbalk. Hoe verder het gat naar voren wordt geplaatst hoe lijgieriger de boot wordt. (De balans van de boot hangt uiteraard ook af van de zeilvoering en mast helling, e.d.). Persoonlijk denk ik niet dat de plaats niet veel uitmaakt en plaatsing op c.a. 70 – 80 mm vanaf de voorkant het beste is. Het ingeklapte zwaard komt dan 13 tot 23 mm in de zwaardkast te zitten. Het is dan goed beschermd als het goed is vastgezet.

De stop klos zit gewoonlijk boven aan het zwaard. Maar het originele zwaard verdwijnt nagenoeg volledig in de zwaardkast. Ik heb daarom plannen om een ‘hoorn’ aan de zwaard top te maken. Met deze hoorn is het gemakkelijker de stop klos vast te maken met het zwaard in de 83° positie. Het gedeelte van het zwaard waar de hoorn met stop klos komt te zitten valt buiten de beperkingen van de klassenregels en de officiële tekening. U kunt ook proberen bij “Wayfarer trading” een zwaard met hoorn te bestellen.

Het bepalen van de juiste plaats voor de stop klos is een lastig karwei, de boot moet op zijn kant gelegd worden. Eerst wordt een dunne potloodlijn getekend, evenwijdig aan kielbout lijn 1 op c.a. 1003 tot 1006 mm vanaf het diepste punt. Dan wordt het zwaard in de boot geplaatst en met de kielbalk uitgelijnd. Als het zwaard in de correcte positie staat (83°) en op de juiste diepte is het eenvoudig om de juiste plaats voor de stopklos te bepalen en ze te monteren.

Gewoonlijk wordt het boutgat goed in de lak gezet om indringen van water tegen te gaan. Ik heb bedacht dat een kort pijpje waarin de kielbout bus kan draaien nog betere bescherming biedt dan alleen lak, die heeft immers een beperkte slijtsterkte.

De "Engelse" methode is een gat te maken dat ruim groter is dan noodzakelijk. Vervolgens wordt dit gat geheel gevuld met een mengsel van epoxy en glaspoeder. Zodra de epoxy uitgehard is, wordt weer een gat geboord maar nu met de exact juiste maat. Op deze manier ontstaat er als het ware een epoxy/glasvezel ring van een zodanige dikte dat slijtage tot op het kale hout vrijwel uitgesloten is.


Kjell Gjære W4878 MkII